pieter de buysser naam logo

Isaac and all the things he doesn't understandTekst: Pieter De Buysser
Kostuums en scenografie: Anja Perisic
Met: Miles O’Shea, Katrin Lohman en Lisa Man.
Met de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de VGC, en het Vlaams Fonds voor de Letteren.
Productie: Lampe / De Beursschouwburg.

 

 

Een doortrapt, doorzeefd, ontheemd  verhaal van offers en virussen, van economie en liefde

Isaac, zijn geadopteerde zus en zijn lief, drie late twintigers, reizen al een aantal jaren tesamen rond. Welgestelde, moderne stedelingen, kinderen van de mei68generatie. Alle drie hebben op hun manier gebroken met hun vader. Ze weten niet echt wat ze zouden moeten doen, ze weten niet echt of er iets verwacht wordt, ze hebben een aangenaam zwervend bestaan aangenomen en niemand vraagt hen iets. Tot mond-en klauwzeer uitbreekt. De bron ligt bij de vader van Isaac, ondernemer in de vleesindustrie. Ze willen Isaacs vader vinden voor hij sterft.

Ze beginnen te zoeken, en ze beginnen een spel. Steeds vuriger. Ze zouden zo graag “vader” kunnen zeggen, en dat er dan ook een vader was die hen aanspreekt, hen leidt en liefheeft. Maar het ziet er niet naar uit dat de Vader de door hem zelf uitgezaaide mond-en klauwzeer overleeft.

“We moeten opnieuw spelen, en nu moeten we blijven spelen, we moeten het moeten blijven spelen.”

Dat zou natuurlijk fantastisch zijn, een ultiem werk dat alle “alsofs” overbodig zou maken! Doek, boeken dicht, licht uit want we zijn er! En dan begint natuurlijk ook de nachtmerrie. Ik wil helemaal dat ultieme werk niet, want dan houdt het spelen op.

Lampe is een gebocheld knechtje dat net in de marges en op de kladjes van zijn meesters werk zijn stukken schrijft. Lampe maakt oneigenlijke kolder, bedenkelijke dramatulen, toneelmismeesteringen, dramatische wolfsklemmen, onbehouwen draaikolken in ons wellmade gedrag. De kritiek van de geraakte rede, de kritiek van het vermogen, en nu: de kritiek van de pragmatiek, gaan net iedere keer op zoek naar de zwakke plek, de blinde vlek in een vooruitgangsdenken. Het verschil met de meeste tijdgenoten is dat ik wel nog steeds vooruit wil gaan. Lampe is wel nog steeds de knecht van Kant, hoe aberrant en afwijkend zijn werk ook is tegenover dat van zijn meester.

In Isaac and all the things he doesn’t understand, staan drie spelers op de scene: Miles O’Shea, Katrin Lohmann en Lisa Man,  ze spelen drie welstellende jong volwassenen, die er al enkele jaren een comfortabel zwerversbestaan op hebben nagehouden, ze sliepen in Hiltons en in schuren, in Helsinki en in Andalousie, alles kon en niets moest, de hele wereld was voor hen een leeg gat en zij dansten er in rond als een dansende derwish. Tot ze draaiering werden, niet van te veel cocktails te drinken deze keer, maar van een metafysische teek die zich in hun nekvel beet. En ze krijgen die niet meer weg, een bloedzuiger die hen aanpraat dat niet alles om het even is, dat er mooi en mooier is en goed en beter, en dat eens je dat weet je niet meer in alle richtingen tegelijk kan zwerven, vanaf dan wordt er gemoeten. “Isaac and all the things he doens’t understand” is een bildungsverhaal, een soort Faust. Isaac wil zijn vader, wil van zijn vader een antwoord op hoe de dingen werkelijk in elkaar zitten en op de vraag wat hij moet doen. En als die vader dood, afwezig of niet meer dan een fantoom blijkt te zijn, dan begint hij te doen alsof zijn vader hem iets zegt. De drie gaan op in een verhaal dat ze zelf zijn beginnen verzinnen, tot ze niet meer terug kunnen.

Isaac and all the things he doesn’t understand speelt met het meest recente faillissement in de grote verhalenindustrie: dat van de rijke, bevrijde nomadische stedeling, het failliete geluk van de kinderen van de generatie van mei 68, die vrijblijvendheid verwart met vrijheid en niet meer echt kan spelen omdat ze ieder spel verpest  door  haar eigen ironie.

In Isaac and all the things he doesn’t understand leven de drie personages op het kerkhof van de historische enthousiasmes. Telkens opnieuw is een Groot Verhaal opgedelfd, dat telkens failliet ging.

De personages in het stuk kunnen dat enthousiasme niet mee te begraven. Maar dan moeten ze natuurlijk wel op zoek naar andere modaliteiten van enthousiasme. Dat is hun opdracht, en dat is het voorstel van de voorstelling  Isaac and all the things he doesn’t understand.