pieter de buysser naam logo

De JudaspassieLibretto: Pieter De Buysser
Music and concept: Dominique Pauwels
Regie: Inne Goris
Orchestra: B'Rock
Director : Frank Agsteribbe
Mezzo: Ruby Philogène
Tenor: Marcel Beeckman
Conductor: Etienne Siebens
Choirs: two altar boys, one girl, Childrens choir Vlaamse Opera
Choirs: Collegium Vocale
Production: LOD & B'Rock
Coproduction: deSingel

 

 

Een project van Dominique Pauwels, Pieter De Buysser & Inne Goris

Daar gaan Jezus en Judas samen in de nacht
vergezeld van soldaten naar de gevangenis,
samen op weg naar de bezegeling van hun vriendschap.
Jezus in de boeien maar beiden met de losse pols
wissen ze uit in de sprakeloze sterrenhemel het beeld van God en Christus.

Dominique Pauwels liep al lang rond met het idee een Passie te schrijven, en met de vertaling van het recent weer opgedoken evangelie van Judas kwamen zijn plannen in een stroomversnelling.

Judas is na Jezus het belangrijkste personage in het Bijbelverhaal, hij is een soort contrapunt van Jezus. Hij is een figuur met wie ik iets kan aankaarten, niet vanuit de controverse maar enkel en alleen al door de geladenheid van het woord ‘judas’. Jezus en Judas hebben dezelfde mythische status, met als enige verschil dat Jezus een onbereikbaar personage is, en dat Judas net zeer bereikbaar is. Eigenlijk had Jezus Judas nodig. In de vier canonieke evangelies wordt dat eerder filosofisch uitgewerkt: het Jezusverhaal kan niet zonder het Judasverhaal. In het pas ontdekte, gnostische evangelie van Judas wordt het veel explicieter: Jezus heeft Judas fysiek nodig; hij vraagt hem daadwerkelijk om hem uit te leveren aan de Joden. Toen de vertaling van het evangelie van Judas uitkwam, kregen mijn ideeën rond de Passie concreet vorm: ik besloot een Judaspassie te maken.

Begin april 2006 werd in Washington het evangelie van Judas openbaar gemaakt, dat “het geheime relaas” bevat “van een openbaring uitgesproken door Jezus in een tweegesprek met Judas Iscariot”. Het evangelie is zo’n 1700 jaar oud, en is niet van de hand van de apostel Judas maar wellicht van een gnostische sekte. Gnosis is geestelijk inzicht verkregen door innerlijke verlichting. Volgens de gnostici was Judas de enige apostel die de ware aard van Jezus kende. Zij beweren dat hij dingen wist over Jezus waar niemand anders van op de hoogte was, en dat hij hem daarom overgeleverd heeft aan de Romeinse soldaten. In de Bijbel zou de kennis van Judas achtergehouden worden, en met dit evangelie wilden de gnostici de zogenaamde "verrader van Jezus" in ere herstellen.

Het evangelie van Judas maakt deel uit van de 66 pagina’s tellende Codex Tchacos. De codex is in het Koptisch (taal die werd gesproken door de christelijke Egyptenaren) opgesteld en wordt gedateerd rond 320 na Christus. Het oorspronkelijke evangelie van Judas werd in het Grieks geschreven en dateert uit de tweede eeuw na Christus, maar van dat werk werd niets teruggevonden. Rond 1975 vond een boer de Koptische vertaling “Peuaggelion Nioudas” in een tombe bij het Egyptische plaatsje El-Minyâ. Na allerlei omzwervingen langs de zwarte markt kwam het uiteindelijk, in een erbarmelijke staat, in 2000 in handen van de Zwitserse stichting Maecenas Foundation of Ancien Art. Zij lieten het met hulp van National Geographic volledig restaureren en vertalen.

Toen Dominique Pauwels de vertaling van het evangelie onder ogen kreeg, stootte hij onmiddellijk op een eerste, fundamenteel probleem: het evangelie van Judas eindigt net daar waar de Passie zou moeten aanvangen. De laatste bewaard gebleven zin is: “En hij gaf Hem aan hen over”. Traditioneel begint de Passie op de donderdag van Het Laatste Avondmaal, waarin Jezus samenkomt met zijn discipelen en de eucharistieviering installeert, en eindigt ze bij zijn kruisiging. Het evangelie van Judas is eerder een verzameling spreuken en gnostische speculaties dan een relaas, en het lijdensverhaal van Jezus komt niet aan bod.

Daarnaast komt ook de tragiek van de figuur van Judas nauwelijks aan bod in dit gnostische evangelie. Volgens de gnostiek is de ware leer van Jezus een geheime leer, en heeft hij die aan Judas overgeleverd. Daar waar Dominique Pauwels net geïnteresseerd is in de mens achter Judas, is in dit evangelie zijn figuur louter functioneel en maakt hij deel uit van het kosmische, bijna new age-achtige wereldbeeld van de gnostici. Pauwels: “Het evangelie van Judas staat volledig los van de historische gebeurtenissen rond het dramatische einde van Jezus, en is mijlenver verwijderd van de tragiek rond de figuur van Judas. Die tragiek is nochtans niet te onderschatten: Judas moest Jezus verraden, hij had geen andere keus. Judas was instrumenteel in Gods heilsplan. Volgens dat plan moest Jezus geofferd worden, en daarvoor had God iemand nodig, een katalysator. Die iemand was Judas. Van die tragiek vind ik zo goed als niets terug in dit evangelie.”

Omdat het evangelie van Judas als dusdanig Pauwels’ verwachtingen niet helemaal inloste, deed hij beroep op auteur Pieter De Buysser om de gaten op te vullen en een libretto voor de Judaspassie te schrijven.

Pieter De Buysser heeft veel met Dominique Pauwels gesproken over hoe het lijdensverhaal van Judas er zou kunnen uitzien. Het grote verschil met de evangeliën die we kennen, is dat Judas in dit apocriefe evangelie de trouwste vriend was van Jezus en dat Jezus hem vrààgt om hem aan de Romeinen uit te leveren. De Buysser: “Dat vind ik nu eens een inspirerend idee. Maar volgens dit gnostische evangelie moest Judas dat doen zodat Jezus van zijn aardse banden bevrijd kon worden. Judas helpt Jezus om volledig vergeestelijkt eeuwig verder te leven. Voor zo’n onstoffelijk ambitieuze plannen schiet ook mijn hulp tekort. Je hoeft niet eens de kritische filosofien uit de kast te halen om stokken in deze luchtwielen te schieten. Ik heb me op iets anders geconcentreerd: op de vriendschap en op een ketters verlangen van Jezus

In de Judaspassie verschijnt het beeld van een Jezus die geen beeld wil worden. Een verlosser die vraagt niet op hem te wachten, een meester wiens leer pas volledig verschijnt zodra hij zelf verdwijnt. In de Judaspassie vraagt Jezus aan Judas om hem te helpen in stilte te verdwijnen.

Zoals een vader vraagt aan zijn vriend:
til mij op, draag me weg
nu zacht uit deze kamer
waar de kinderen doen nu
wat ik hen heb geleerd
Zo heeft Jezus Judas gevraagd,
zo heeft Judas Jezus opgetild,
met een kus.

Maar zoals geweten, te verwachten en te voorzien: het loopt slecht af. Jezus, de man die plaats wilde maken voor de scheppende verbeelding, de tastende liefde en het dagelijks verzet verkrampt in het vastgespijkerde beeld van een martelaar. In plaats van liefdevolle verlichting giet dit beeld lood over de geschiedenis.

In de Judaspassie vertelt De Evangelist als een live verslaggever hoe Judas Jezus overdraagt. De rol van het koor wordt opgenomen door Het meer van Galilei, het meer dat Jezus heeft gedragen, het meer waarboven het lied van Jezus en Judas samenkomt, een meer van een koor dat alle kreten van verdriet en vreugde weerkaatst en verwerkt. En er is een natuurgetrouwe Drievuldigheid: De laatste paus, De eerste ongelovig gelovige, en De Stiltezanger van tegenwoordig. Zij bezingen hun commentaar en medeleven met wat er voor hun ogen gebeurt. Zij belijden elk op hun manier de Passie volgens Judas. De Drievuldigheid spreidt zich uit over de tijd: verleden, heden en toekomst. De eerste ongelovig gelovige is het verleden, De Stiltezanger van tegenwoordig is tegenwoordig en De laatste Paus is wat ons hopelijk nog te wachten staat. De Judaspassie is vooral een erg verlangend verhaal. Ik heb geen behoefte af te rekenen met religie. De bijbel is een prachtig literair werk, een literaire creatie die bron is voor onophoudelijk nieuwe literaire creaties. Ik wil de taal en de grammatica van de religie niet overlaten aan de godsgelovigen en de goedgelovigen Ik wil ze naar mijn kwalijke hand zetten. Ik gebruik de religieuze taal voor oneigenlijke doeleinden, ik wil er ontgoddelijkte betekenissen uit ontlokken.

Jezus wordt al 2000 jaar voorgesteld als de ultieme mens. En daar zijn hij en zijn makkers wonderbaarlijk in gelukt. Ik vind dat verhaal van Jezus ook fantastisch, als literair werk, en ja ik wilde daar graag iets mee doen. Maar of ik erin geloof? Ik heb voor de Judaspassie gebruik gemaakt van de figuur van Jezus om er mijn beeld van de ultieme mens op te enten, en allicht heeft die ultieme mens die ik hier verbeeld meer weg van een kruising tussen een Nietzscheaanse vrolijke wetenschapper, de mens in opstand en een Spinozist voor wie alles goddelijk is en dus niets.

Jezus, maak dat ik in niets geloof,
maak dat ik geloof zonder iets nodig te hebben om in te geloven,
maak dat ik geloof zonder meer,
maak dat ik geloof.

Deze Judaspassie is een vertaling van de klassieke passie, maar zoals iedere vertaling ook een verraad. Traduire c’est trahir.

De Passie is het kroonjuweel van de liturgische kunst. Een Passie is een instrumentaal-vocale compositie in cantate of oratoriumvorm, gebaseerd op het lijdensverhaal van Christus. De beroemdste is wellicht de Mattheus-Passie van Bach. Geleidelijk aan werd de Passie gedramatiseerd en ontstonden de Passiespelen, die voor en later ook in de kerk opgevoerd werden tijdens de Goede Week.

Dominique Pauwels legt met zijn Passie de vinger aan de pols van onze samenleving. “Enerzijds kan je niet naast de leegloop van de kerken kijken; anderzijds heb ik de indruk dat er een sterke herleving is van de mystieke symbolen, dat mensen opnieuw de behoefte hebben zich te verenigen en samen dingen te beleven.” De Buysser: “Er is een grote secularisering bezig, en dat is meer dan welkom. Maar ik denk ook dat er op een iets te drastische manier komaf is gemaakt met de religie, en dat dat nog problemen gaat opleveren. Op een bepaald moment zullen mensen er op een ongecontroleerde manier naar gaan teruggrijpen. Omdat religie iets betekende dat ondaks alle erzatsen die worden aangesleept nog altijd opspeelt, jammer genoeg.

Aan de Passie nemen een koor, solisten en een orkest deel, zoals in de klassieke Passie. Het koor in de Judaspassie krijgt de rol van Het meer van Galilei en wordt virtueel gemaakt: de stemmen van de zangers van Collegium Vocale Gent klinken door een grote installatie van speakers. Daarnaast zijn er vijf solisten, een acteur en een orkest live aanwezig. Het orkest bestaat uit veertien strijkers van B’rock, aangevuld met elektronica. Het personage van Judas wordt vertolkt door basbariton Romain Bischoff, dat van Jezus door mezzosopraan Bonita Hyman. De laatste paus, De eerste ongelovig gelovige en De Stiltezanger van tegenwoordig worden gebracht door twee jongens en een meisje van het Kinderkoor van de Vlaamse Opera. De Marokkaanse acteur Kadi Abdelmalek neemt de rol van De Evangelist voor zijn rekening. Hij becommentarieert – in het Arabisch – de gebeurtenissen. De partijen van Judas en Jezus zijn in het Hebreeuws. Het koor en de Drievuldigheid zingen in het Engels.

Zoals vaak gaat Pauwels met speakers aan de slag. Elke speaker is één stem uit het koor. Ze staan achter de solisten en ook tussen het publiek, waardoor de toeschouwers de stemmen door de zaal naar buiten horen bewegen. Dat gebeurt heel geleidelijk; op het einde staat het volledige koor buiten. Pauwels: “Het koor, dat voor het volk staat en commentaar geeft, verlaat het instituut. De solisten vertellen hun verhaal op den duur alleen. Dat heeft voor mij een belangrijke symbolische betekenis. Het instituut van de Kerk heeft zijn binding met de maatschappij verloren.

Voor mij staat in de Judaspassie de onvoorwaardelijke vriendschap centraal. Pieter schrijft in zijn libretto dat Judas Jezus draagt. Dat vind ik een prachtig poëtisch beeld. In de Judaspassie is het offer dat Judas brengt minstens even groot als dat van Jezus, alleen heeft hij er geen medaille voor gekregen.

Dit verhaal stond niet in het Schrift
en zal er nooit in staan.
Dit verhaal gebeurt alleen nu hier tegenwoordig,
nu tegen de woorden, tegen het voorgeschrevene in.
In het Schrift staat dat wat geschreven staat zal gebeuren,
maar ik ben de stiltezanger van tegenwoordig,
ik zing het Schrift te barsten en wat vaststaat komt los.
Het Schrift wordt niet vervuld,
het wordt opengezongen,
zoals ooit Judas en Jezus samen een nieuwe mens verzonnen.”

Ellen Stynen